Abstract
Leghennen zijn kippen die worden gehouden voor eierproductie. Leghenrassen
zijn verkregen door generaties lange selectie op eierproductie in fokprogramma’s,
waardoor gespecialiseerde leghennen zijn ontstaan. Dit in tegenstelling tot
vleeskippen, die geselecteerd zijn op hun vleesopbrengst. In 2023 waren er ongeveer
387,4 miljoen leghennen in de Europese Unie (EU), waarvan 30 miljoen in Nederland.
Leghennen worden gehouden in verschillende stalsystemen. Slechts 22% heeft
in Nederland toegang tot een uitloop. Deze dieren verblijven op vrije uitloop- en
biologische boerderijen. Een uitloop biedt veel mogelijkheden voor kippen om
essentieel gedrag te kunnen uitvoeren, zoals foerageren, stofbaden en zonnebaden.
Wanneer kippen beperkt worden in hun mogelijkheid om dit gedrag te vertonen,
kunnen ze schadelijk gedrag gaan ontwikkelen, zoals verenpikken. Bij verenpikken
worden soortgenoten hard gepikt en vaak worden veren uitgetrokken, soms met
verwondingen en kannibalisme tot gevolg. Verenpikken wordt ook in verband
gebracht met angstigheid en stressgevoeligheid, zowel bij de pikker als het slachtoffer.
Om deze redenen is verenpikken een groot welzijnsprobleem in de eiersector.
Een maatregel die lang als standaard is gehanteerd om schade door verenpikken
te voorkomen is snavel behandelen. Hierbij wordt op jonge leeftijd de punt van
de bovensnavel verwijderd, zodat de kippen elkaar minder beschadigen wanneer
verenpikken optreedt. Snavel behandelen is echter al decennia omstreden vanwege
ethische bezwaren, wat heeft geleid tot een verbod in meerdere landen, waaronder
Nederland in 2019. Omdat verenpikken nog steeds op grote schaal ontstaat, is er
grote behoefte aan alternatieve methoden om kippen met intacte snavels te houden.
Uit eerder onderzoek weten we dat de omstandigheden in het vroege leven, zelfs
vóór de uitkomst, bepalend kunnen zijn voor hoe dieren zich ontwikkelen. Door
de omgeving al vroeg aan te passen aan de biologie van het dier, kan dit bijdragen
aan het adaptief vermogen, oftewel de capaciteit van het dier om met uitdagingen
om te gaan. In het geval van kippen, zouden ze hierdoor minder angstig zijn en
minder schadelijk gedrag ontwikkelen. In de experimenten die in dit proefschrift
zijn beschreven, hebben we twee strategieën getest die de vroege leefomgeving
aanpassen. Deze strategieën zijn enerzijds blootstelling aan een licht-donkercyclus
tijdens de incubatie (t.o.v. uitbroeden in het donker, wat op commerciële broederijen
de standaard is), en anderzijds de kuikens toegang geven tot levende insectenlarven
als foerageerverrijking. Door middel van gedragstesten en -observaties hebben
we geanalyseerd of deze strategieën angstigheid en verenpikken verminderden,
en essentieel gedrag zoals foerageren bevorderden. Ook hebben we naar
verschillende lichaamswaarden gekeken die informatie geven over gezondheid 400 kippen gevolgd vanaf incubatie tot de leeftijd van 18 weken. De resultaten
lieten geen grote overtuigende effecten zien van onze geteste strategieën, maar
toonden wel kleine indicaties voor een beter welzijn. Kippen die tijdens incubatie
blootgesteld waren aan licht bleken iets minder bang voor mensen dan in het
donker uitgebroede kippen. Kippen die larven kregen foerageerden vaker, maar niet
langer, dan kippen die geen larven kregen. Het was verrassend dat we geen grotere
effecten vonden, gezien dit de verwachting was op basis van bevindingen in eerdere
studies die o.a. in vleeskuikens zijn gedaan. Desalniettemin vertelt dit experiment
ons welke licht- en verrijkingsomstandigheden voor deze leghennen matig effectief
blijken te zijn. Mogelijk kunnen vervolgstudies variëren in deze omstandigheden,
bijvoorbeeld met de duur en intensiteit van het licht tijdens incubatie, en met andere
soorten verrijking.
Deze experimenten zijn uitgevoerd als onderdeel van het EU Horizon2020 project
PPILOW (Poultry and Pig in Low-input and Organic production systems’ Welfare,
www.ppilow.eu). Binnen dit project hebben wij ook een enquête uitgezet onder
pluimveehouders, dierenartsen en andere mensen die in de praktijk met kippen
werken. Middels deze enquête gaven zij ons inzicht in hun perspectief op de kansen,
risico’s en haalbaarheid van maatregelen die bedoeld zijn om het dierenwelzijn
in de pluimveesector te verhogen. In totaal reageerden 122 respondenten uit
9 verschillende Europese landen. De belangrijkste conclusies waren dat de
respondenten zich bewust zijn van de potentiële voordelen van welzijnsverbeterende
maatregelen, en dat de meesten daarvan haalbaar zijn. Men was wel van mening
dat de bereidheid van consumenten om een meerprijs te betalen voor eieren van
kippen met een hogere welzijn een belangrijke voorwaarde was. De grootste risico’s
die respondenten zagen waren hoge arbeids- en implementatiekosten, strikte
regelgeving en onvoorspelbaar beleid.
Wereldwijd gezien loopt Europa voorop als het gaat om het welzijn van leghennen.
Dit is bijvoorbeeld te zien aan het relatief kleine percentage kippen dat in Europa
nog in kooien gehouden wordt. Er is echter nog veel ruimte voor verbetering,
ook in stalsystemen waar kippen wel naar buiten kunnen. Om dit te realiseren is
samenwerking nodig van alle betrokkenen. Er is meer onderzoek nodig, zowel
fundamenteel als praktijkgericht. Daarnaast is samenwerking met de sector
essentieel om tot haalbare en betaalbare en welzijnsverbeterende maatregelen te
komen. Tot slot spelen supermarkten en consumenten een belangrijke rol: zij hebben
de mogelijkheid om vraag en aanbod te sturen naar eieren van kippen met een beter
welzijn, mits zij bereid zijn een meerprijs te betalen. Als gehele maatschappij zijn
wij verantwoordelijk om het welzijn van leghennen naar een hoger niveau te tillen.
stressgevoeligheid. Verspreid over twee experimentele rondes hebben we in totaal
zijn verkregen door generaties lange selectie op eierproductie in fokprogramma’s,
waardoor gespecialiseerde leghennen zijn ontstaan. Dit in tegenstelling tot
vleeskippen, die geselecteerd zijn op hun vleesopbrengst. In 2023 waren er ongeveer
387,4 miljoen leghennen in de Europese Unie (EU), waarvan 30 miljoen in Nederland.
Leghennen worden gehouden in verschillende stalsystemen. Slechts 22% heeft
in Nederland toegang tot een uitloop. Deze dieren verblijven op vrije uitloop- en
biologische boerderijen. Een uitloop biedt veel mogelijkheden voor kippen om
essentieel gedrag te kunnen uitvoeren, zoals foerageren, stofbaden en zonnebaden.
Wanneer kippen beperkt worden in hun mogelijkheid om dit gedrag te vertonen,
kunnen ze schadelijk gedrag gaan ontwikkelen, zoals verenpikken. Bij verenpikken
worden soortgenoten hard gepikt en vaak worden veren uitgetrokken, soms met
verwondingen en kannibalisme tot gevolg. Verenpikken wordt ook in verband
gebracht met angstigheid en stressgevoeligheid, zowel bij de pikker als het slachtoffer.
Om deze redenen is verenpikken een groot welzijnsprobleem in de eiersector.
Een maatregel die lang als standaard is gehanteerd om schade door verenpikken
te voorkomen is snavel behandelen. Hierbij wordt op jonge leeftijd de punt van
de bovensnavel verwijderd, zodat de kippen elkaar minder beschadigen wanneer
verenpikken optreedt. Snavel behandelen is echter al decennia omstreden vanwege
ethische bezwaren, wat heeft geleid tot een verbod in meerdere landen, waaronder
Nederland in 2019. Omdat verenpikken nog steeds op grote schaal ontstaat, is er
grote behoefte aan alternatieve methoden om kippen met intacte snavels te houden.
Uit eerder onderzoek weten we dat de omstandigheden in het vroege leven, zelfs
vóór de uitkomst, bepalend kunnen zijn voor hoe dieren zich ontwikkelen. Door
de omgeving al vroeg aan te passen aan de biologie van het dier, kan dit bijdragen
aan het adaptief vermogen, oftewel de capaciteit van het dier om met uitdagingen
om te gaan. In het geval van kippen, zouden ze hierdoor minder angstig zijn en
minder schadelijk gedrag ontwikkelen. In de experimenten die in dit proefschrift
zijn beschreven, hebben we twee strategieën getest die de vroege leefomgeving
aanpassen. Deze strategieën zijn enerzijds blootstelling aan een licht-donkercyclus
tijdens de incubatie (t.o.v. uitbroeden in het donker, wat op commerciële broederijen
de standaard is), en anderzijds de kuikens toegang geven tot levende insectenlarven
als foerageerverrijking. Door middel van gedragstesten en -observaties hebben
we geanalyseerd of deze strategieën angstigheid en verenpikken verminderden,
en essentieel gedrag zoals foerageren bevorderden. Ook hebben we naar
verschillende lichaamswaarden gekeken die informatie geven over gezondheid 400 kippen gevolgd vanaf incubatie tot de leeftijd van 18 weken. De resultaten
lieten geen grote overtuigende effecten zien van onze geteste strategieën, maar
toonden wel kleine indicaties voor een beter welzijn. Kippen die tijdens incubatie
blootgesteld waren aan licht bleken iets minder bang voor mensen dan in het
donker uitgebroede kippen. Kippen die larven kregen foerageerden vaker, maar niet
langer, dan kippen die geen larven kregen. Het was verrassend dat we geen grotere
effecten vonden, gezien dit de verwachting was op basis van bevindingen in eerdere
studies die o.a. in vleeskuikens zijn gedaan. Desalniettemin vertelt dit experiment
ons welke licht- en verrijkingsomstandigheden voor deze leghennen matig effectief
blijken te zijn. Mogelijk kunnen vervolgstudies variëren in deze omstandigheden,
bijvoorbeeld met de duur en intensiteit van het licht tijdens incubatie, en met andere
soorten verrijking.
Deze experimenten zijn uitgevoerd als onderdeel van het EU Horizon2020 project
PPILOW (Poultry and Pig in Low-input and Organic production systems’ Welfare,
www.ppilow.eu). Binnen dit project hebben wij ook een enquête uitgezet onder
pluimveehouders, dierenartsen en andere mensen die in de praktijk met kippen
werken. Middels deze enquête gaven zij ons inzicht in hun perspectief op de kansen,
risico’s en haalbaarheid van maatregelen die bedoeld zijn om het dierenwelzijn
in de pluimveesector te verhogen. In totaal reageerden 122 respondenten uit
9 verschillende Europese landen. De belangrijkste conclusies waren dat de
respondenten zich bewust zijn van de potentiële voordelen van welzijnsverbeterende
maatregelen, en dat de meesten daarvan haalbaar zijn. Men was wel van mening
dat de bereidheid van consumenten om een meerprijs te betalen voor eieren van
kippen met een hogere welzijn een belangrijke voorwaarde was. De grootste risico’s
die respondenten zagen waren hoge arbeids- en implementatiekosten, strikte
regelgeving en onvoorspelbaar beleid.
Wereldwijd gezien loopt Europa voorop als het gaat om het welzijn van leghennen.
Dit is bijvoorbeeld te zien aan het relatief kleine percentage kippen dat in Europa
nog in kooien gehouden wordt. Er is echter nog veel ruimte voor verbetering,
ook in stalsystemen waar kippen wel naar buiten kunnen. Om dit te realiseren is
samenwerking nodig van alle betrokkenen. Er is meer onderzoek nodig, zowel
fundamenteel als praktijkgericht. Daarnaast is samenwerking met de sector
essentieel om tot haalbare en betaalbare en welzijnsverbeterende maatregelen te
komen. Tot slot spelen supermarkten en consumenten een belangrijke rol: zij hebben
de mogelijkheid om vraag en aanbod te sturen naar eieren van kippen met een beter
welzijn, mits zij bereid zijn een meerprijs te betalen. Als gehele maatschappij zijn
wij verantwoordelijk om het welzijn van leghennen naar een hoger niveau te tillen.
stressgevoeligheid. Verspreid over twee experimentele rondes hebben we in totaal
| Original language | English |
|---|---|
| Qualification | Master of Science |
| Awarding Institution |
|
| Supervisors/Advisors |
|
| Award date | 9-Jan-2025 |
| Publication status | Published - 9-Jan-2025 |
| Externally published | Yes |
Fingerprint
Dive into the research topics of 'Light and larvae for little layers: early-life strategies to improve welfare of laying hens on low-input and organic farms'. Together they form a unique fingerprint.Projects
- 1 Finished
-
PPILOW: Poultry and Pig Low-input and Organic production systems’ Welfare
Tuyttens, F. (ProjectSupervisor), Allegaert, W. (ProjectSupervisor), De Campeneere, S. (ProjectSupervisor), Graat, E. (Former Researcher) & Vanden Hole, C. (Former Project Manager)
1/09/19 → 31/08/24
Project: Research
Cite this
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver