Traditionele landschappen als vorm van agroforestry

Marchand, F. (Copromotor)

    Activiteit: OverigeAndere soorten (prijzen, externe en andere activiteiten) - (Co)promotor masterthesis

    Beschrijving

    Eén van de bedoelingen van het nieuwe landbouwbeleid is het duurzaam beheren van de natuurlijke hulpbronnen en het handhaven van een flexibele positie ten opzichte van klimaatverandering (Europese Commissie 2010). Voor de landbouwers zelf werden 3 concrete doelstellingen geformuleerd. Eén daarvan was de bescherming van de kwaliteit van het water en de habitats door de invoering van ecologische focusgebieden (Europese Commissie 2011). De invulling van die focusgebieden kan gebeuren met bufferstroken, perceelsranden, opgaande begroeiing, bosjes en struwelen etc. Wanneer de landbouwer voldoet aan de vergroeningsvoorwaarden ontvangt hij hiervoor een premie van ongeveer 130 €/ha (van Doorn et al. 2012).

    Uit literatuuronderzoek blijkt dat zowel agroforestry als KLE’s theoretisch kunnen voldoen aan de doelstellingen van de focusgebieden. Bovendien is het waarschijnlijk dat hun waarde groter is dan andere invullingen omdat ze tegemoet komen aan de algemene conclusie dat meerjarige en zeker permanente elementen een grotere ecologische rol vervullen dan tijdelijke elementen.

    Het aanleggen van die focusgebieden zal niet van een leien dakje verlopen. Landbouwers vrezen vooral dat een deel van hun grond zijn landbouwbestemming zal verliezen, er is een historisch gegroeid wantrouwen ten aanzien van vergroening, ze dragen de ‘properheid’ van hun grond hoog in het vaandel en hebben bovendien decennialang vanuit het GLB de boodschap gekregen dat uit ieder lapje grond de maximale productie moet gehaald worden.

    Agroforestry en KLE’s kunnen tegemoet komen aan de bekommernis van de landbouwers om de grond in landbouwproductie te houden. Toch blijft de mentale weerstand tegenover bomen op een landbouwperceel zeer groot. Er heerst de angst dat de bomen nutriënten en water roven, dat hun schaduw iedere vorm van productie in hun directe nabijheid onmogelijk zal maken en dat het juridisch onmogelijk zal zijn om ze ooit nog te verwijderen.

    Een manier om AF te promoten is afwijken van het typische beeld van agroforestry waarbij de bomen in rijen dwars over het perceel lopen en in de plaats daarvan te focussen op de aanplant van bomen en andere houtige KLE’s op de perceelsranden. Tot 100 jaar geleden konden deze elementen algemeen teruggevonden worden in het Vlaamse landschap en ook nu nog komen ze voor in enkele traditionele landschappen. Bovendien zijn de percelen in Vlaanderen vaak zodanig klein dat op die manier bijna een typische agroforestry-situatie ontstaat.
    Wanneer de economische gevolgen van het aanleggen van verschillende types van focusgebieden worden doorgerekend voor een typisch akkerbouwbedrijf in de zandleemstreek, blijkt dat zowel de aanleg van perceelsranden, een houtige bomenrij langsheen de perceelsrand als agroforestry rendabeler is dan BAU dankzij de vergroeningspremie. Zonder die steun kan agroforestry ook rendabeler zijn wanneer de landbouwprijzen afnemen en de houtprijzen toenemen. Zonder vergroeningspremie is de aanplant van een bomenrij op de perceelsrand niet rendabeler dan BAU, maar het break-even punt bevindt zich reeds bij 21 €/ha. Wanneer echter ook de houtproducten afkomstig van de bomenrij gevalideerd kunnen worden zou dit systeem ook zonder inkomenssteun rendabeler kunnen worden.
    Tenslotte moet benadrukt worden dat bij het doorrekenen van de verschillende scenario’s enkel rekening wordt gehouden met de economische aspecten van de focusgebieden. De ecologische en indirecte voordelen die zij leveren worden niet gekwantificeerd, hoewel deze zeker niet onbelangrijk en vooral ook de oorspronkelijke doelstelling van de focusgebieden zijn.



    Laura Van Vooren
    Periode20122013
    Gehouden opUniversiteit Gent, Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen, België