Duurzame grasland- en groenvoederproductie

  • De Vliegher, Alex, (Voormalig Projectverantwoordelijke)

    Projectdetails

    Beschrijving

    Centrale onderzoeksvraag/doel
    De centrale onderzoeksvraag luidt: Wat is de meest optimale graslanduitbating (teeltwijze en teeltkeuze) als we tegelijk een goede landbouwkundige productie en een beperkte belasting van het milieu (bodem, water, lucht) en van de omgeving (coëxistentie) nastreven? Meerbepaald willen we onderzoeken: Welke technieken leveren een beperking op van de nitraatresten in de bodem in combinatie met een zo optimaal mogelijke productie en kwaliteit?  Welke soorten uitbating van grasland leiden tot een betere langleefbaarheid van de graszode en een lagere frequentie van het scheuren van grasland (zowel economisch als ecologisch positief)? Welke voordelen ontstaan er met de introductie van vlinderbloemigen en met andere grassoorten dan raaigrassen?

    Onderzoeksaanpak
    We zetten veldproeven met gras en eventuele andere genoemde gewassen op en laten de graslandexploitatie experimenteel variëren zoals beschreven in de onderzoeksvragen. We registreren met name (1) opbrengsten & voederwaarde van gras/klaver bij lage N-bemesting (2) het kwantitatief en kwalitatief effect van maaien of grazen na 1 september (3) bijzaaien in bestaand grasland (4) mogelijkheden van rietzwenkgras en festulolium in gras (klaver) mengsels (5) het potentieel van rogge als alternatief voor Italiaans raaigras in combinatie met maïs (6) maïs in monocultuur of in rotatie met andere voedergewassen als producent van biomassa voor (co-)vergisting.

    Relevantie/Valorisatie
    Dit onderzoek stelt zich in op mogelijk nieuwe scenario's in de regelgeving en op nieuwe ontwikkelingen en tendensen bij de productie van groenvoeders en groene energie. Het project legt een belangrijke klemtoon op de combinatie van een behoorlijke landbouwkundige productie en een gereduceerd effect op het milieu (bodem, water, lucht) en op de omgeving (coëxistentie). Graslanduitbating toont een sterk verband met de langleefbaarheid van de graszode en met de frequentie van het scheuren van grasland. Minder frequent vernieuwen is positief op economisch en ecologisch vlak. Introductie van vlinderbloemigen leidt tot een verminderd gebruik van scheikundige N-meststoffen maar ook tot een aanpassing van de teelttechniek. Het opstallen van het melkvee en het daarbij horend uitsluitend maaien van het grasland kan een opportuniteit zijn voor andere grassoorten dan raaigrassen.
    AcroniemWEB_GRASLANDVERNIEUWING
    StatusVoltooid
    Effectieve start/einddatum30/03/1031/12/17