De compostering van dikke fractie van digestaat

Thijs Vanden Nest, Elke Vandaele, Viooltje Lebuf, Emilie Snauwaert, Wim Vanden Auweele, Koen Willekens, Chris Van Waes, Bart Vandecasteele

    Onderzoeksoutput: Boek/rapportRapport

    812 Downloads (Pure)

    Uittreksel

    Digestaat is een bijproduct van de anaerobe vergisting van organisch-biologisch afval, energiegewassen en mest, dat rijk is aan nutriënten en grote hoeveelheden organisch materiaal bevat. Digestaat wordt dikwijls gedroogd of mechanisch gescheiden in een NK-rijke dunne fractie en een dikke fractie met een hoog organisch stofgehalte (OS). De ruwe dikke fractie van digestaat kan ingezet worden als organische meststof om het bodemorganische stofgehalte te verhogen en de nutriëntenkringloop te sluiten. Dikke fractie is echter dikwijls pasteus, bevat weinig structuur en het drogestofgehalte is gewoonlijk laag. Compostering is een goed gekende techniek om de stabiliteit van organisch afval te verhogen. In dit onderzoek werd de haalbaarheid van het composteren van dikke fractie van digestaat op rillen in open lucht onderzocht. Hierbij werden 4 compostexperimenten uitgevoerd: (i) ruwe dikke fractie (dif+stro), (ii) ruwe dikke fractie + gedroogd digestaat (dif+DD) (21 w/w%), (iii) ruwe dikke fractie + jonge gft-compost (dif+JC) (35 w/w%) en (iv) ruwe dikke fractie + vlaslemen (dif+VL) (13 w/w%). De dikke fractie die we hiervoor gebruikten was sterk afgebroken in de vergister en erg pasteus. De eindproducten van compostering werden getest in N- en C-incubatieproeven en werden verder ook uitvoerig geanalyseerd op nutriëntensamenstelling en stabiliteit van organisch materiaal. Het composteren van ruwe dikke fractie verliep moeilijk. De compost was weinig structuurrijk en hygiënisatie van het compostproduct kon niet gegarandeerd worden, aangezien de temperatuur steeds onder 45°C bleef. Bovendien ging >50% van de totale N uit de compostril verloren, ondanks dat de rillen werden afgedekt met compostdoeken. Co-composteren van de dikke fractie met gedroogd digestaat, jonge gft-compost en vlaslemen optimaliseerde de compostering sterk. De temperatuur steeg >60°C bij dif+DD, dif+JC en dif+VL respectievelijk gedurende 4, 7 en 9 dagen. N-verliezen werden gereduceerd: dif+DD (10%) < dif+JC (36%) < dif+VL (38%). De K-verliezen waren voor alle compostrillen met 30 tot 39%, hoog. Het N-incubatie experiment toonde aan dat N-mineralisatie uit de compostproducten dif+JC en dif+VL quasi nul was. Het toevoegen van het compostproduct van dif+stro leidde tot N-immobilisatie (-0,25%/week van de totale N). De ruwe dikke fractie voor compostering en het compostproduct van dif+DD vertoonden een N-mineralisatie van respectievelijk 0,56%/week en 0,97%/week. In de C-incubatieproef werd vastgesteld dat het gehalte aan effectieve organische stof (EOS) van de ruwe dikke fractie van digestaat voor compostering relatief hoog was (92.7%/OS) en slechts weinig steeg door compostering: dif+VL (92,7%/OS) < dif+stro (95,6%/OS) < dif+DD (96,1%/OS) < dif+JC (96,3 %/OS). De stabiliteit van de organische stof in de compostproducten werd ingeschat door het bepalen van de ‘indice de stabilité de la matière organique’ (ISMO), op basis van de Franse AFNOR U44-162 procedure, het biodegradatiepotentieel volgens de ratio (cellulose+hemicellulose)/lignine, de rijpheidsgraad via de zelfverhittingstest (Tmax) en de ‘oxygen uptake rate’ (OUR). Tmax en OUR waren respectievelijk <30°C en 10 mmol O2/kg OS/h voor alle composten. Dit geeft aan dat de compost volledig uitgerijpt en stabiel was. De ISMO index was met 219 kg OS/1000 kg DS voor de ruwe dikke fractie van digestaat al vrij hoog en werd slechts beperkt verhoogd door compostering: dif+VL (221 kg OS/1000 kg DS) < dif+stro (221 kg OS/1000 kg DS) < dif+JC (258 kg OS/1000 kg DS) < dif+DD (284 kg OS/1000 kg DS). Ook het biodegradatiepotentieel wijzigde door compostering bijna niet. Het biodegradatiepotentieel van ruwe dikke fractie van digestaat was 1,60, dat van de compostproducten was tussen 1,19 en 1,78. 8 We concluderen dat compostering van dikke fractie van digestaat in open lucht een haalbare kaart is indien naast een beperkte hoeveelheid gerststro, gedroogd digestaat, jonge gft-compost of vlaslemen worden bijgemengd en mee worden gecomposteerd. Deze praktijk leidt tot een structuurrijk eindproduct. De stabiliteit van de initiële dikke fractie is echter al hoog en wordt slechts beperkt verder verhoogd door compostering.
    Oorspronkelijke taalNederlands
    Aantal pagina’s85
    PublicatiestatusGepubliceerd - 1-aug-2015

    Dit citeren