Strategische landbouw in Vlaanderen: Onderzoek naar de bruikbaarheid van het concept ‘strategische landbouwgebieden’ en naar een toolset om landbouwgebieden te vrijwaren voor de beroepslandbouw

Brecht Vandekerckhove, Hans Vandermaelen, Sally Lierman, Eva Gadeyne, Anna Verhoeve, Eva Kerselaers, Els Belmans, Pieter-Jan Defoort, Matthias Strubbe

    Onderzoeksoutput: Boek/rapportRapport

    Uittreksel

    De vraag naar ruimte is bijzonder groot in Vlaanderen. Talrijke actoren en beleidsdomeinen zoeken
    ruimte om zich volwaardig te organiseren: wonen, ondernemen, mobiliteit, groen, water, recreatie,
    projecten van algemeen belang… en dus ook landbouw. Tegenover de grote vraag naar ruimte staat
    slechts een beperkt aanbod, met schaarste tot gevolg. Dat geldt voor de bebouwde ruimte, maar
    zeker ook voor de open ruimte. Vandaag wijkt de Vlaamse open ruimte nog steeds aan snel tempo
    voor bebouwing en andere nederzettingen. De afkalving van de open ruimte staat in schril contrast
    met de groeiende nood aan open ruimte om voedsel te produceren, om ons weerbaar te maken tegen
    klimaatverandering, om hernieuwbare energie te produceren, ruimte voor ontspanning te bieden…

    Het departement Omgeving drukt met zijn witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) de ambitie
    uit om de netto inname van open ruimte volledig uit te doven tegen 2040. Om die ambitie waar te maken
    stelt het witboek BRV onder andere dat bijkomende verharding en bebouwing voor niet-agrarische functies
    in de strategische landbouwgebieden in principe uitgesloten is en dus maximaal vermeden moet worden.1
    Een nieuw concept ‘strategische landbouwgebieden’ maakt hier zijn intrede. Zowel de definitie
    als de implementatie van dit concept zijn vooralsnog onduidelijk. In het Witboek BRV alsook in het
    ontwerp-beleidskader ‘samenhangende robuuste open ruimte’ ontbreken criteria die bepalen wanneer
    landbouwgebieden zogenaamd strategisch zijn. Ook de vraag welk (ruimtelijk) beleid er gevoerd zal
    worden in zogenaamde strategisch en niet-strategische landbouwgebieden, is onduidelijk. Aan het hele
    concept hangen dus talrijke, fundamentele vragen op die nog beantwoord moeten worden.

    Het departement Landbouw en Visserij wenst voorbereid aan dit debat deel te nemen. Atelier Romain,
    ILVO en LDR kregen van het departement de opdracht om de haalbaarheid van het concept
    ‘strategische landbouwgebieden’ verder te onderzoeken. Hoe wordt het concept best gedefinieerd en
    uitgewerkt met het oog op de inzetbaarheid in de Vlaamse beleidscontext? Wat zijn de mogelijkheden en
    beperkingen? Welk beleid kan er aan worden opgehangen? En welke toolset kan dit alles vertalen naar
    impact op het terrein?

    Hoewel dit rapport duidelijk een ruimtelijke invalshoek heeft (Hoe vrijwaren we ruimte voor
    beroepslandbouw in Vlaanderen?) was het de uitdrukkelijke wens van de onderzoekers en het
    departement om tegelijk aan de kern van de landbouwuitdaging te raken. Daarom start dit rapport met
    een grondige analyse van de uitdagingen waarmee de landbouw in Vlaanderen geconfronteerd wordt
    (hoofdstuk 2). Vanuit de grondig onderbouwde probleemstelling biedt het derde hoofdstuk kritische
    reflecties op het idee ‘afbakenen als oplossing’. Nadien gaan we op zoek naar andere antwoorden op
    de urgente landbouwuitdagingen. In hoofdstuk 4 verkennen we de mogelijkheden en toereikendheid
    van juridische antwoorden. Nadien, in hoofdstuk 5, gaan we op zoek naar ruimtelijk gedifferentieerde
    antwoorden met maatschappelijke meerwaarde. Beide hoofdstukken vormen samen een toolbox die kan
    ingezet worden om alsnog een antwoord te bieden op de urgente landbouwuitdagingen.
    TaalNederlands
    UitgeverijVlaamse overheid, Departement Landbouw en Visserij
    Aantal pagina's122
    StatusGepubliceerd - 28-nov-2017

    Trefwoorden

    • B410-bodembeheer
    • landbouw
    • Vlaanderen
    • Beleid
    • strategische landbouwgebieden

    Dit citeren